Geüpdatet op 16 februari 2021

Geen daden, maar woorden

Delen op
Blue tennis court and illuminated indoor arena with fans, player front view, professional tennis sport 3d illustration background

“Stap binnen in de slangenkuil” Die boodschap kreeg een prominente Belgische speler ooit van zijn manager mee alvorens hij de persconferentiezaal betrad op een grandslamtornooi. Sommige sterren voelen zich als een vis in het water oog en oog met een bende persmuskieten, anderen voelen zich onmiddellijk opgejaagd wild. Het is een deel van de job van een tennisspeler en ook die plek was doorheen de geschiedenis wel eens getuige van enkele opmerkelijke passages. Wij doken in de archieven!

De U.S.Open moest natuurlijk de grootste hebben, terwijl het op de Australian Open eerder een krappe bedoening was vroeger. We hebben het natuurlijk over de persconferentiezalen over de hele wereld die elk jaar weer de strafste sterren over de vloer krijgen. Meestal klinische bedoeningen maar af en toe toch ook een stukje theater. Ferme woordenwisselingen tussen verongelijkte spelers, die na een nederlaag vaak wat kribbiger overkomen, en journalisten die hun eigen ego niet in bedwang kunnen houden. Maar ook emotionele ontboezemingen die een hele zaal inpakten of momenten van plaatsvervangende schaamte als een hoopje ellende voor je ogen helemaal verschrompelt. Gelukkig staan daar ook leuke intermezzo’s tegenover van spelers die er geen problemen mee hebben om zichzelf en hun prestaties te relativeren. Met Novak Djokovic, Rafael Nadal en Roger Federer mag het mannentennis zeer dankbaar zijn dat het zo’n ‘perfecte’ ambassadeurs in de rangen heeft die niet alleen telkens hun tijd nemen om hun vaak goed onderbouwde stellingen te poneren maar dat dan ook nog eens in verschillende talen doen om iedereen ter wille te zijn. Vanzelfsprekend zijn de spelers van vandaag beter gebrieft of opgeleid om het spervuur van vragen te doorstaan en worden ze soms aangespoord om niet het achterste van hun tong te laten zien. ‘De pers is de vijand’ is een adagium dat nog in menig sportkleedkamer gebezigd wordt.

Toch zijn er eveneens atleten die met een natuurlijke flair hun publiek kunnen inpakken. Ook al kon Andy Roddick soms zeer cynisch overkomen en vaak op de man spelen, hij zorgde steevast voor een goede repliek en zeer bruikbare quotes. “Als er een ranking zou bestaan voor persconferenties dan zou ik me geen zorgen moeten maken om uit de top vijf te vallen, hè”, grinnikte hij ooit op de U.S.Open. En terecht. Nadal maakte een jaar geleden een hele perszaal attent op een in slaap gevallen collega die de verplaatsing naar Australië niet zo goed verteerd had. “Het lijkt niet zo interessant vandaag”, lachte ‘Rafa’. “Ofwel doet hij zijn ogen dicht om harder te kunnen focussen op wat ik aan het zeggen ben.” In Wimbledon doen ze het, noblesse oblige, wat plechtstatiger met een moderator die vaak al op voorhand de angel uit een potentieel vuurwerk kan halen door te stipuleren dat er enkel vragen over tennis mogen gesteld worden. Met tabloidreporters in de zaal kan dat soms wel een juiste opmerking zijn maar anderzijds zet het spelers vaak weg als kleine kinderen die moeten beschermd worden tegen de boze buitenwereld en de gevaarlijke persjongens. Door de coronacrisis zijn we misschien nieuwe paden ingeslagen waarbij alle persconferenties enkel nog virtueel worden gehouden. De interactie tussen onderwerp en vragende partij wordt daarmee wel wat afgesneden, wat de memorabele momenten op de volgende pagina’s minder relevant zouden maken.

Verschenen in Play Tennis 374.