Amélie Nothomb duikt in de moeilijke jeugd van haar moeder, toen ze als vierjarige tijdens haar vakantie in de Tweede Wereldoorlog aan de zorg van een Gentse grootmoeder werd overgelaten. In het aangezicht van vernedering en ontbering bedacht ze een toverformule, een“Des te beter” die haar op de weg naar buitengewone veerkracht bracht. Een teder en ernstig eerbetoon, een diep ontroerend verslag van verschillende generaties vrouwen.

In deze intieme nieuwe roman over haar moeder combineert Amélie Nothomb humor en ernst in een diep persoonlijk relaas. Amélie Nothomb combineert humor en ernst in een diep persoonlijk verhaal, geschreven om de dood te verwerken van een vrouw over wie ze nooit had gedacht te schrijven. “Als ik geconfronteerd word met verschrikkelijk lijden, is de enige manier om ermee in het reine te komen erover te schrijven,” zegt ze.
Het boek is langer dan haar vorige teksten en is een liefdesverklaring. De schrijfster legt uit dat zolang ze schreef, haar moeder in leven bleef. Ze zegt ook dat ze een immense druk voelde: “Je kunt je moeder niet missen, dat mag niet.
Amélie Nothomb wordt in haar romans vaak geassocieerd met harde moederfiguren, maar ze wil elke verwarring uit de weg ruimen: deze personages zijn fictie. Haar eigen moeder, beweert ze, was een “geweldige” vrouw, het soort dat ze nodig had om niet in een depressie weg te zinken. “Mijn moeder creëerde een schild voor me,” zegt ze dankbaar.
Hoewel ze zich natuurlijk verwant voelt met haar vaders karakter, heeft ze haar moeders evenwichtigheid, veeleisende normen en vooral een onuitblusbare vitaliteit geërfd. Het woord dat haar het beste omschrijft? “Leven. Leven en positiviteit.
