Tekeningen worden vaak gezien als een toegangspoort tot de kunstmarkt. Dit segment is discreter dan schilderijen en wordt gekenmerkt door relatieve stabiliteit en over het algemeen minder sterke schommelingen. Met zijn zeldzaamheid, prestigieuze handtekeningen en groeiende belangstelling van jonge verzamelaars blijft de tekeningenmarkt een solide dynamiek genieten.
Enkele spraakmakende verkopen herinneren ons echter aan het belang van dit medium. In 2021 bracht het hoofd van een beer van Leonardo da Vinci bij Christie’s 8,85 miljoen pond op. In de hedendaagse kunst bracht een Hoofd van Jean-Michel Basquiat uit 1982 in 2020 bij Sotheby’s 15,2 miljoen dollar op. Over het algemeen kunnen werken van historische kunstenaars bijzonder hoge bedragen opbrengen, vooral als hun herkomst duidelijk is vastgesteld en hun documentatie solide is.
In het segment van de vroege tekeningen verschijnen bepaalde handtekeningen regelmatig op de markt. Werken van Giovanni Battista Tiepolo, François Boucher en Antoine Watteau kunnen enkele honderdduizenden euro’s opbrengen. Andere, zeldzamere kunstenaars doorbreken gemakkelijk de miljoengrens. Hiertoe behoren een Portret van Willem Hondius toegeschreven aan Anthony van Dyck, dat in 2024 voor 2,1 miljoen dollar werd verkocht, en een Studie van een naakte jonge man met opgeheven armen van Peter Paul Rubens, die in 2019 8,2 miljoen dollar opbracht.
Deze resultaten hebben echter betrekking op grote namen en blijven uitzonderlijk. Sommige van de meer gespecialiseerde kunstenaars zijn nog steeds inzet voor verzamelaars. Een Portret van Susanna Pfeffinger (1517) door Hans Baldung, bekend als Grien, wordt bijvoorbeeld aangeboden in Parijs met een schatting tussen €1,5 en €3 miljoen. De kwaliteit van het werk en de herkomst – bewaard in de directe lijn van afstamming van het model sinds de XVIᵉ eeuw – zijn belangrijke troeven, ook al blijft Baldung minder bekend dan Dürer of Michelangelo.
De trend voor moderne en hedendaagse kunstenaars was vergelijkbaar. De grote namen van het impressionisme tot de popart blijven de veilingen domineren. Afgelopen november werd De zaaier in een korenveld bij zonsondergang (1888) van Vincent van Gogh voor 7,9 miljoen euro verkocht bij Sotheby’s. Een hurkend naakt van achteren gezien doorEgon Schiele bracht 2,7 miljoen euro op bij Dorotheum in 2025.
Pablo Picasso en Henri Matisse nemen een centrale plaats in onder de kunstenaars die regelmatig op de markt verschijnen. Hun overvloedige productie van werken op papier maakt transacties mogelijk van enkele tienduizenden tot enkele miljoenen euro’s. Onder de levende kunstenaars valt David Hockney op door zijn grote tekeningen, zoals Day Pool with Three Blues (Paper Pool 7) uit 1978, dat in 2019 8 miljoen dollar opbracht.
