In de jaren 1930 besloot Maurice-Auguste Lippens, via de Compagnie Immobilière Le Zoute, de toekomstige koning Leopold III een stuk grond aan te bieden aan de rand van wat later het Zwin-reservaat zou worden. Ter herinnering aan een reis naar Nederlands-Indië besloot de nieuwe eigenaar er een villa te bouwen en het “Roemah Laoet” te dopen, het “huis van vrede” in het Indonesisch.

Leopold III, die koning werd na de dood van zijn vader Albert I, was een groot liefhebber van natuur, ornithologie en geografie. In deze villa, vlakbij een riviermonding die rijk is aan flora en fauna, kon hij trekvogels observeren. Dit grote witte huis met rode dakpannen werd gebouwd in een sobere maar prestigieuze stijl en diende als toevluchtsoord voor de familie. De koning kwam hier vaak met koningin Astrid en hun kinderen voor haar tragische dood in 1935. Later verbleef hij hier met prinses Lilian. Na de oorlog werd de villa doorverkocht, omgebouwd tot taverne-restaurant en vervolgens tot bezoekerscentrum voor een vogelreservaat, slapend in de herinneringen aan zijn vroegere pracht en praal. Totdat het Vlaams Gewest met relatieve discretie en schaamteloze onverschilligheid de gebouwen liet afbreken om ze te vervangen door een gloednieuw “natuurcentrum”, dat in de lente van 2016 werd geopend.
Tot op de dag van vandaag herinneren de inwoners van Zout zich Leopold III en de koninklijke villa als een stukje beschermde natuur. Sindsdien hebben ook andere Belgische vorsten een speciale band opgebouwd met het Zoute: Koning Boudewijn, die de greens van de Royal Zoute Golf Club heeft betreden, Koning Albert II, die hier zeldzame verschijningen heeft gemaakt, en Koning Filip, die hier regelmatig verblijft, discreet met vrienden. Hun aanwezigheid, die vaak als natuurlijk en vertrouwd wordt ervaren, heeft de gehechtheid van de koninklijke familie aan deze kuststreek versterkt. Het Zoute wordt dan ook nog steeds geassocieerd met verschillende generaties Belgische vorsten.
